Helder kraanwater stroomt uit een kraan in een transparant drinkglas
Categorieën: Educatie en wetenschap|Laatst bijgewerkt: 02/07/2026|

Je draait de kraan open en verwacht veilig drinkwater. Dat vertrouwen is terecht belangrijk, maar het betekent niet dat we alles al meten wat mogelijk in water aanwezig is. Microplastics en resten van geneesmiddelen staan steeds vaker op de radar, terwijl officiële controles niet overal even snel volgen.

In de Verenigde Staten is beslist dat openbare waterbedrijven de komende vijf jaar niet verplicht worden om drinkwater te testen op microplastics of farmaceutische stoffen. Dat is opvallend, omdat microplastics eerder nog als prioritaire vervuilende stof naar voren werden geschoven. De discussie toont hoe groot de kloof kan zijn tussen bezorgdheid, wetenschap en regelgeving.

Waarom meten zo belangrijk is

Microplastics zijn kleine plasticdeeltjes die ontstaan door slijtage van grotere plastic producten, synthetisch textiel, autobanden, verpakkingen en andere bronnen. Ze worden aangetroffen in het milieu, in voedselketens en ook in het menselijk lichaam. Onderzoek heeft microplastics al teruggevonden in bloed, longweefsel en zelfs hersenweefsel. Wat dat precies betekent voor onze gezondheid, wordt nog onderzocht, maar het is duidelijk dat blootstelling beter in kaart moet worden gebracht.

Drinkwater is daarbij een logische plek om te kijken. Niet omdat kraantjeswater plots onveilig zou zijn, maar omdat drinkwater dagelijks en door iedereen wordt gebruikt: door kinderen, zwangere vrouwen, ouderen en mensen met een kwetsbare gezondheid. Zonder systematische metingen weten overheden en waterbedrijven onvoldoende:

  • hoeveel microplastics er in drinkwater voorkomen;
  • welke soorten plasticdeeltjes het vaakst aanwezig zijn;
  • of concentraties verschillen tussen regio’s of waterbronnen;
  • welke zuiveringsmethoden het best werken;
  • of bijkomende maatregelen nodig zijn om vervuiling aan de bron te beperken.

In het Amerikaanse verplichte meetprogramma worden wel 33 andere stoffen opgenomen, waaronder zeven PFAS-verbindingen en drie pesticideresiduen. PFAS verdienen die aandacht zeker: het zijn hardnekkige stoffen die moeilijk afbreken en gelinkt worden aan gezondheidsrisico’s. Maar het ontbreken van microplastics en geneesmiddelenresten betekent dat er opnieuw jaren kunnen voorbijgaan zonder nationale drinkwaterdata over deze stoffen.

Het probleem van meetmethodes

Een belangrijk argument om microplastics nog niet verplicht te monitoren, is dat er geen volledig gevalideerde en gestandaardiseerde testmethode beschikbaar zou zijn. Dat punt is niet onbelangrijk. Als verschillende laboratoria elk op een andere manier meten, worden resultaten moeilijk vergelijkbaar. Beleidskeuzes moeten steunen op betrouwbare gegevens.

Tegelijk mag het ontbreken van een perfecte methode geen reden worden om stil te vallen. De Europese Unie werkt aan methodes om microplastics in water te meten, en Californië ontwikkelde al protocollen nadat een staatswet uit 2018 verplichtte om een aanpak uit te werken. Die protocollen bestaan sinds 2021, al worden ze nog niet beschouwd als een volledig gevalideerde regelgevende methode van begin tot einde.

Dat laat zien hoe complex het onderwerp is. Microplastics verschillen in grootte, vorm, kleur en chemische samenstelling. Sommige deeltjes zijn zichtbaar onder een microscoop, andere zijn zo klein dat geavanceerde analysetechnieken nodig zijn. Bovendien kunnen stalen makkelijk vervuild raken tijdens het nemen of analyseren ervan, bijvoorbeeld door vezels uit kleding of plastic materiaal in het labo.

Toch is vooruitgang mogelijk. Hoe sneller meetmethodes worden verfijnd en breed toegepast, hoe sneller we kunnen bepalen waar de grootste risico’s liggen en welke oplossingen echt effect hebben.

Wat betekent dit voor jou in België?

Belgisch kraantjeswater wordt streng gecontroleerd en blijft in de meeste gevallen een gezonde en duurzame keuze, zeker in vergelijking met flessenwater in wegwerpplastic. Maar de internationale discussie is ook voor ons relevant. Microplastics stoppen niet aan landsgrenzen, en veel vervuiling ontstaat al vóór water in een zuiveringsinstallatie terechtkomt.

Als consument kan je het probleem niet alleen oplossen, maar je kan wel je eigen blootstelling beperken én bijdragen aan minder plasticvervuiling. Enkele haalbare stappen:

  • Kies kraantjeswater boven flessenwater en gebruik een herbruikbare fles in roestvrij staal of glas.
  • Verwarm geen eten in plastic potjes, zeker niet in de microgolfoven. Warmte kan de afgifte van stoffen en deeltjes verhogen.
  • Was synthetische kleding minder vaak en op lagere temperatuur. Gebruik indien mogelijk een waszak of filter die microvezels opvangt.
  • Vermijd cosmetica met glitters of plasticdeeltjes en kies producten zonder onnodige plastic ingrediënten.
  • Beperk stof in huis door te ventileren en regelmatig nat te poetsen; huisstof kan microplasticvezels bevatten.
  • Wees kritisch met waterfilters. Niet elke filter verwijdert microplastics, en slecht onderhouden filters kunnen zelf een probleem worden.
  • Steun hervulsystemen, statiegeld en verpakkingsarme winkels. Minder plasticproductie betekent uiteindelijk ook minder microplastics.

Daarnaast blijft politieke druk belangrijk. Burgers mogen verwachten dat overheden microplastics ernstig nemen: niet alleen door ze op een aandachtlijst te plaatsen, maar door meetmethodes te ontwikkelen, data publiek te maken en vervuiling aan de bron aan te pakken.

Conclusie: wat niet gemeten wordt, blijft te makkelijk buiten beeld. Kraantjeswater blijft een verstandige keuze, maar betere monitoring van microplastics is noodzakelijk om gezondheid en milieu op lange termijn te beschermen. Intussen helpt elke stap richting minder wegwerpplastic om de vervuiling bij de bron te verminderen.