Microplastics en nog kleinere nanoplastics zitten intussen in drinkwater, voeding en huisstof. Volledig vermijden lukt niet, maar met enkele haalbare aanpassingen kun je je dagelijkse blootstelling wel beperken. Vooral de manier waarop je water drinkt, voedsel bewaart en je woning schoonmaakt, maakt een verschil.
Begin bij je drinkwater
Water uit plastic flessen kan een belangrijke bron van microplastics zijn. Onderzoek wijst erop dat flessenwater gemiddeld meer microplastics bevat dan kraanwater, al worden de precieze hoeveelheden nog onderzocht. Af en toe een plastic flesje drinken hoeft geen reden tot paniek te zijn, maar voor dagelijks gebruik is kraanwater doorgaans een betere keuze.
- Neem onderweg een herbruikbare drinkfles van roestvrij staal of glas mee.
- Bewaar kraanwater in een glazen fles of karaf in de koelkast.
- Overweeg een waterfilter die onafhankelijk gecertificeerd is om microplastics te verminderen. Geen enkele filter garandeert dat alle deeltjes verdwijnen.
- Laat geen heet water door een filter met plastic onderdelen lopen. Warmte versnelt de afbraak van plastic.
Kraanwater koken, laten afkoelen en daarna filteren kan volgens onderzoek extra microplastics verwijderen. Voor dagelijks gebruik is deze werkwijze echter minder praktisch dan gewoon gefilterd kraanwater drinken.
Beperk plastic rond warme voeding
Warmte, zonlicht, zure voedingsmiddelen en slijtage kunnen plastic sneller aantasten. Daardoor kunnen minuscule deeltjes en chemische stoffen in eten of drinken terechtkomen. Ook verpakkingen met vermeldingen zoals BPA-vrij of magnetronbestendig zijn niet automatisch vrij van dit probleem.
Je hoeft niet al je plastic spullen meteen weg te gooien. Gebruik ze bewust en vervang eerst de voorwerpen die vaak met warmte of voedsel in contact komen:
- Warm maaltijden op in glas of keramiek, niet in plastic.
- Bewaar restjes waar mogelijk in glazen potten of bewaardozen.
- Giet hete dranken en soep niet in plastic recipiënten.
- Gebruik wegwerpverpakkingen, afhaalbakjes en drankflessen niet opnieuw voor voeding.
- Was plastic bewaardozen met de hand. De hoge temperatuur in een vaatwasser kan het materiaal sneller doen slijten.
- Kies een snijplank van hout of bamboe. Door herhaaldelijk snijden kunnen deeltjes van een plastic plank loskomen en aan voedsel blijven kleven.
Heb je plastic onderweg nodig omdat het licht en onbreekbaar is? Zie het gebruik ervan dan als een budget: beperk plastic vooral thuis en bij het opwarmen. Vervang sterk bekraste snijplanken en versleten bewaardozen, want beschadigde oppervlakken kunnen gemakkelijker deeltjes afgeven.
Vergeet huisstof en jonge kinderen niet
Microplastics komen niet alleen via eten en drinken binnen. Ze zitten ook in stof dat je inademt of via je handen inslikt. Regelmatig schoonmaken kan de hoeveelheid rondzwevend stof verminderen.
- Stofzuig met een goed afgesloten toestel met een HEPA- of vergelijkbare fijnstoffilter.
- Dweil vloeren en neem meubels af met een vochtige doek. Droog afstoffen brengt deeltjes opnieuw in de lucht.
- Reinig ventilatoren, ventilatiefilters en airconditioning geregeld.
- Overweeg een luchtreiniger wanneer je vlak bij een drukke weg woont.
Baby’s en jonge kinderen kunnen relatief veel micro- en nanoplastics binnenkrijgen. Vooral het verwarmen en krachtig schudden van voeding in plastic babyflessen verdient aandacht. Bereid warme flesvoeding bij voorkeur in glas en laat ze afkoelen voordat je ze eventueel overgiet. Laat hitte-gesteriliseerde plastic flessen eerst afkoelen en spoel ze enkele keren uit. Glazen flessen zijn een praktisch alternatief. Leer kinderen daarnaast hun handen te wassen voor het eten, zodat ze minder stof- en bodemdeeltjes inslikken.
Wetenschappers onderzoeken nog welke hoeveelheden microplastics precies schadelijk zijn. Er zijn verbanden gevonden met onder meer hart-, long- en stofwisselingsproblemen, maar dat betekent niet dat blootstelling automatisch tot ziekte leidt. Kies daarom voor redelijke, vol te houden maatregelen: drink meestal kraanwater, vermijd warm voedsel in plastic en houd huisstof onder controle. Voldoende slaap, beweging, gezonde voeding en preventieve zorg blijven minstens even belangrijk.




