Microplastics zijn intussen bijna overal terug te vinden: in bodem, water, lucht en voedsel. Dat is zorgwekkend, maar één vraag is cruciaal om het risico goed te begrijpen: stapelen die deeltjes zich op in levende organismen? Nieuw onderzoek bij regenwormen geeft voorzichtig hoopgevend nieuws.
Volgens een studie uitgevoerd met de Canadian Light Source van de University of Saskatchewan lijken regenwormen microplastics niet op te slaan in hun weefsels. Ze krijgen de deeltjes wel binnen, maar hun spijsvertering lijkt ze opnieuw uit te scheiden. Dat betekent niet dat het probleem opgelost is, maar het helpt wel om beter te begrijpen hoe microplastics zich door de voedselketen bewegen.
Waarom bioaccumulatie zo belangrijk is
Vervuiling wordt vooral gevaarlijk wanneer stoffen zich ophopen in planten of dieren. Dat heet bioaccumulatie. Een klein organisme neemt een stof op, een groter dier eet veel van die organismen, en zo kan de concentratie hoger worden naarmate je hoger in de voedselketen komt.
Bekende voorbeelden zijn kwikverbindingen in vis en het insecticide DDT, dat in het verleden grote schade veroorzaakte bij vogels en andere dieren. Als microplastics zich op dezelfde manier zouden opstapelen, zou dat een belangrijk extra risico vormen voor ecosystemen én mogelijk ook voor mensen.
Regenwormen zijn daarbij bijzonder interessant. Ze leven in de bodem, eten organisch materiaal en aarde, en vormen voedsel voor vogels, egels, mollen en andere dieren. Als regenwormen microplastics uit de bodem zouden opnemen in hun lichaam, zouden die deeltjes via hen verder kunnen reizen door de voedselketen.
Wat onderzochten de wetenschappers precies?
De onderzoekers gebruikten de Canadian Light Source, een krachtige synchrotron die zeer energierijke röntgenstraling kan produceren. Daarmee konden ze volgen wat er gebeurde met microplastics in het spijsverteringsstelsel van regenwormen.
In de studie kregen de wormen polyethyleen microplastic deeltjes te verwerken. Polyethyleen is een veelgebruikte kunststof, onder meer in verpakkingen. Om de deeltjes zichtbaar te maken onder röntgenstraling, werden ze gekoppeld aan bariumsulfaat, een stof die röntgenstralen goed absorbeert. Als controle gebruikten de onderzoekers ook glasachtige microsferen met een vergelijkbare zichtbaarheid.
Belangrijk om te weten: de wormen kregen een hoeveelheid plastic die veel hoger lag dan wat ze normaal in de natuur zouden tegenkomen. Dat maakt de test streng. Zelfs onder die extreme omstandigheden bleken de deeltjes niet in het lichaam van de wormen te blijven hangen.
- De regenwormen kregen microplastics binnen via hun spijsvertering.
- De deeltjes waren zeer klein, tot ongeveer 5 micrometer.
- Toch werden ze volgens de studie opnieuw uitgescheiden.
- Er werd geen duidelijke opstapeling in het weefsel van de wormen vastgesteld.
Voorzichtige hoop, maar geen vrijbrief
Dit resultaat is bemoedigend. Als regenwormen microplastics niet bioaccumuleren, is de kans kleiner dat ze op deze lage trede van de voedselketen massaal worden doorgegeven aan dieren die wormen eten. Mogelijk hebben ook andere organismen mechanismen om bepaalde deeltjes te weren of uit te scheiden.
Toch moeten we voorzichtig blijven. Deze studie zegt vooral iets over regenwormen, over specifieke deeltjes en over de omstandigheden van dit onderzoek. Microplastics verschillen sterk in vorm, grootte, samenstelling en chemische toevoegingen. Nanoplastics, die nog kleiner zijn, kunnen zich mogelijk anders gedragen. Ook de effecten van langdurige blootstelling, mengsels van stoffen en vervuilde bodems blijven belangrijk om verder te onderzoeken.
Het bronartikel wijst bovendien op een ander interessant punt: sommige onderzoeken naar microplastics kunnen beïnvloed worden door vervuiling in het labo zelf, bijvoorbeeld door plastic deeltjes afkomstig van labohandschoenen. Dat toont hoe moeilijk het is om microplastics correct te meten. Betere meetmethoden zijn dus essentieel om betrouwbare conclusies te trekken.
Wat betekent dit voor je dagelijkse keuzes?
Het is goed nieuws dat regenwormen in dit onderzoek geen microplastics lijken op te stapelen. Maar microplastics blijven wel wijdverspreid in het milieu. Ze verdwijnen niet vanzelf, kunnen chemische stoffen meedragen en komen voortdurend vrij door slijtage, afval en wegwerpplastic.
Je kunt de verspreiding helpen verminderen met eenvoudige keuzes:
- Kies vaker voor herbruikbare verpakkingen, flessen en zakken.
- Vermijd onnodig wegwerpplastic, zeker bij voeding en drank.
- Was synthetische kleding minder vaak en gebruik eventueel een waszak of filter tegen microvezels.
- Laat geen plastic afval achter in de natuur, ook geen kleine stukjes.
- Kies waar mogelijk voor producten zonder microplastics in cosmetica of schoonmaakmiddelen.
Besluit: dit onderzoek geeft een reden tot voorzichtige hoop: microplastics hopen zich bij regenwormen mogelijk niet op zoals sommige giftige stoffen dat doen. Tegelijk blijft preventie de beste strategie. Hoe minder plastic in bodem, water en lucht belandt, hoe kleiner de druk op mens, dier en milieu.




