Microplastics zitten niet alleen in oceanen of op stranden. Ze duiken ook op in drinkwater, voedsel en zelfs in de lucht die je inademt. Europese onderzoekers proberen daarom steeds beter te begrijpen wat die voortdurende blootstelling met ons lichaam doet.
Het goede nieuws: de wetenschap boekt vooruitgang. Het minder geruststellende nieuws: veel vragen over de langetermijneffecten blijven voorlopig onbeantwoord.
Van parkfiets tot bloedstaal: hoe onderzoekers microplastics volgen
In de zomer van 2023 zagen bezoekers van het Wilhelminapark in Utrecht iets ongewoons: vrijwilligers op hometrainers, opgesteld op verschillende plekken in het park. Sommige fietsen stonden in het groen, andere vlak bij een drukke weg of aan een kruispunt waar auto’s voortdurend optrokken en afremden.
Het doel was eenvoudig maar belangrijk: nagaan hoe het lichaam reageert op vervuilde lucht met kleine plasticdeeltjes. Na het fietsen onderzochten wetenschappers het bloed van de deelnemers, onder meer op veranderingen in witte bloedcellen. Die cellen spelen een centrale rol in ons immuunsysteem.
De studie, geleid door immunotoxicoloog Raymond Pieters van de Universiteit Utrecht, maakte deel uit van het Europese onderzoeksproject POLYRISK. Dat vierjarige project onderzocht hoe micro- en nanoplastics het lichaam binnenkomen, aan welke hoeveelheden mensen worden blootgesteld en of ze het immuunsysteem op termijn kunnen beïnvloeden.
Bij de gezonde vrijwilligers bleken de effecten tijdelijk: hun lichaam herstelde snel. Toch roept dat een belangrijke vraag op. Als een korte blootstelling al meetbare veranderingen kan veroorzaken, wat betekent jarenlange, herhaalde blootstelling dan voor mensen die bijvoorbeeld langs drukke wegen wonen of werken?
Wat weten we al over mogelijke gezondheidsrisico’s?
Microplastics ontstaan op verschillende manieren. Autobanden slijten tijdens het rijden, synthetische materialen breken langzaam af en plastic afval blijft lang in het milieu aanwezig. Volgens de onderzoekers komt er jaarlijks naar schatting een hoeveelheid microplastics vrij die overeenkomt met 200 tot 600 olympische zwembaden.
We worden op meerdere manieren blootgesteld:
- via lucht, bijvoorbeeld door deeltjes van verkeer en slijtage;
- via drinkwater, waarin microplastics zijn aangetroffen;
- via voeding, omdat plasticdeeltjes in de leefomgeving terechtkomen.
Toch is nog niet duidelijk welke route het belangrijkst is, of welke het meest schadelijk kan zijn. Dat onderzocht onder meer het Europese project PLASTICHEAL, geleid door toxicoloog Alba Hernández van de Autonome Universiteit van Barcelona.
Haar team stelde cellen bloot aan micro- en nanoplastics en ontwikkelde nieuwe methoden om plasticdeeltjes in menselijke stalen op te sporen. Daarbij vonden onderzoekers vroege signalen van ontsteking, DNA-schade en cellulaire stress. Dat zijn op zichzelf geen ziekten, maar wel waarschuwingssignalen die wetenschappers ernstig nemen.
Een mogelijke verklaring is dat herhaalde blootstelling kan bijdragen aan laaggradige ontsteking: kleine, aanhoudende prikkels in het lichaam die zich over tijd kunnen opstapelen. Of dat effectief leidt tot chronische aandoeningen, zoals bepaalde kankers, is nog niet bewezen. Net daarom is verder onderzoek nodig.
Daar komt nog iets bij: microplastics kunnen werken als een soort Trojaans paard. Naarmate plasticdeeltjes ouder worden, wordt hun oppervlak ruwer. Daardoor kunnen ze stoffen uit hun omgeving aantrekken, zoals verkeersgerelateerde vervuiling, zware metalen of zelfs bacteriën en virussen. Wie zulke deeltjes inademt of inslikt, kan dus mogelijk ook andere vervuilende stoffen mee binnenkrijgen.
Waarom de kleinste deeltjes zo moeilijk te doorgronden zijn
Vooral nanoplastics vormen een grote uitdaging. Sommige deeltjes zijn honderden keren dunner dan een menselijke haar en niet zichtbaar met standaardmicroscopen. Daardoor is het moeilijk om precies te meten hoeveel plastic mensen opnemen, waar de deeltjes naartoe gaan en hoe lang ze in het lichaam blijven.
Onderzoekers zagen dat de kleinste deeltjes kunnen worden opgenomen door macrofagen, immuuncellen die normaal schadelijke indringers opruimen. Maar plastic laat zich niet zomaar afbreken. De cellen kunnen de deeltjes opnemen, maar niet goed verteren. Sommige studies suggereren dat micro- en nanoplastics zich mogelijk kunnen ophopen in weefsels zoals lever, nieren of vet.
Om deze puzzel beter te begrijpen, financiert de EU vijf onderzoeksinitiatieven binnen het samenwerkingsverband CUSP. Samen bekijken die projecten de volledige weg van microplastics: van blootstelling tot mogelijke impact op de gezondheid. Tegelijk wil Europa de vervuiling aan de bron verminderen, met als doel de uitstoot van microplastics tegen 2030 met 30 procent te verlagen.
Wat kan je intussen zelf doen?
Wetenschappers hebben nog niet alle antwoorden, maar één conclusie is duidelijk: minder plasticvervuiling betekent minder blootstelling. Je hoeft niet perfect plasticvrij te leven om verschil te maken. Begin met haalbare keuzes:
- vermijd onnodige wegwerpplastics, zeker voor voeding en drank;
- kies vaker voor herbruikbare verpakkingen en flessen;
- beperk synthetische materialen waar alternatieven mogelijk zijn;
- steun beleid en merken die microplastics aan de bron aanpakken.
Microplastics zijn een complex gezondheids- en milieuprobleem, maar geen reden tot paniek. Wel tot aandacht. Door bewuster te kiezen én door sterk onderzoek te steunen, verkleinen we stap voor stap de plasticdruk op ons lichaam en onze leefomgeving.




