Doorzichtige babyfles met waterdruppels en microplasticdeeltjes op turquoise oppervlak in koel daglicht
Categorieën: Educatie en wetenschap|Laatst bijgewerkt: 05/05/2026|

Microplastics zitten niet alleen in oceanen, rivieren en voedselverpakkingen. Een nieuwe studie toont aan dat ze ook aanwezig kunnen zijn op plaatsen in het lichaam waar je ze liever niet verwacht: in teelbalweefsel van mensen en honden.

Dat betekent niet dat er vandaag al een eenvoudige oorzaak-gevolgconclusie is voor vruchtbaarheidsproblemen. Maar de resultaten zijn wel een duidelijke reden om microplasticvervuiling ernstig te nemen, ook vanuit gezondheidsperspectief.

Wat heeft de studie precies gevonden?

Onderzoekers van de University of New Mexico onderzochten teelbalweefsel van 23 mensen en 47 huishonden. In alle onderzochte stalen werden microplastics aangetroffen. De resultaten verschenen op 15 mei 2024 in het wetenschappelijke tijdschrift Toxicological Sciences.

De gemeten concentraties verschilden sterk van individu tot individu. Gemiddeld vonden de onderzoekers 122,63 microgram microplastics per gram weefsel bij honden en 328,44 microgram per gram bij mensen. Dat menselijke stalen gemiddeld hoger scoorden dan die van honden is opvallend, al zegt zo’n gemiddelde niet alles over de blootstelling of gezondheid van één persoon.

De onderzoekers keken ook naar het soort plastic. Ze konden 12 types microplastics identificeren. In zowel menselijke als hondse stalen kwamen gelijkaardige verhoudingen voor, met polyethyleen (PE) als meest dominante plasticsoort. PE is een van de meest gebruikte kunststoffen ter wereld en zit onder meer in verpakkingen, zakjes en folies.

Daarnaast zagen de wetenschappers een negatieve correlatie tussen bepaalde polymeren, zoals polyvinylchloride (PVC) en polyethyleentereftalaat (PET), en het genormaliseerde gewicht van de teelbal. PET ken je bijvoorbeeld van veel drankflessen en verpakkingen. PVC wordt gebruikt in onder meer bouwmaterialen en sommige consumententoepassingen.

Mogelijke link met vruchtbaarheid, maar nog geen sluitend bewijs

De studie onderzocht of de aanwezigheid van microplastics verband kon houden met spermatellingen en met het gewicht van teelballen en bijballen. De onderzoekers wijzen erop dat hun ontdekking mogelijk relevant is in het debat over dalende spermacijfers bij mannen. Tegelijk is voorzichtigheid belangrijk: deze studie toont aanwezigheid en verbanden, maar bewijst niet dat microplastics rechtstreeks de oorzaak zijn van lagere vruchtbaarheid.

Wat we wel weten, is dat mensen op verschillende manieren aan microplastics worden blootgesteld:

  • Via voeding en drank, bijvoorbeeld door verpakkingen, flessen of vervuilde voedselketens.
  • Via inademing, onder meer van stofdeeltjes in huis of vezels uit synthetisch textiel.
  • Via huidcontact, bijvoorbeeld door bepaalde producten of materialen, al is opname via de huid complex en afhankelijk van de deeltjesgrootte.

Volgens het bronartikel worden microplastics in verband gebracht met mogelijke effecten zoals oxidatieve stress, DNA-schade, orgaanverstoring, metabole problemen, immuunreacties, neurotoxiciteit en reproductieve of ontwikkelingsgerelateerde toxiciteit. Dat betekent niet dat elk contact automatisch schadelijk is, maar wel dat langdurige en wijdverspreide blootstelling een probleem is dat meer onderzoek en preventie verdient.

Ook het feit dat honden in deze studie werden onderzocht, is interessant. Huisdieren delen vaak dezelfde leefomgeving als mensen: dezelfde woning, hetzelfde stof, soms vergelijkbare blootstelling aan verpakkingen of huishoudelijke producten. Daardoor kunnen honden mee inzicht geven in wat er in onze directe omgeving gebeurt.

Waarom dit groter is dan één studie

De vondst past in een ruimer beeld: we produceren en verliezen wereldwijd meer plastic dan we goed kunnen beheren. In 2024 werd de wereldwijde Plastic Overshoot Day geraamd op 5 september. Dat is het moment waarop de hoeveelheid plasticafval groter wordt dan wat de wereld verantwoord kan verwerken, waardoor vervuiling in het milieu terechtkomt.

Volgens het 2024-rapport van EA Earth Action zouden 217 landen tegen het einde van 2024 samen 3.153.813 ton microplastics in waterwegen lozen. China, India, de Verenigde Staten en Japan zouden samen goed zijn voor 51 procent van dat volume. Een rapport van de Nordic Council of Ministers waarschuwde bovendien dat slecht beheerd plastic zonder wereldwijde actie bijna kan verdubbelen: van 110 miljoen ton in 2019 naar 205 miljoen ton in 2040.

Dat maakt individuele keuzes niet zinloos, maar wel onderdeel van een groter geheel. Minder plastic gebruiken helpt je eigen blootstelling mogelijk beperken én vermindert de druk op milieu en waterwegen.

Praktische stappen die je vandaag al kunt nemen:

  • Verwarm eten liever niet in plastic bakjes, zeker niet in de microgolfoven.
  • Kies waar mogelijk voor glas, roestvrij staal of keramiek voor warme voeding en drank.
  • Beperk sterk verpakte voeding en kies vaker voor onverpakte of hervulbare opties.
  • Ventileer en stofzuig regelmatig, want huisstof kan microplasticvezels bevatten.
  • Was synthetische kledij minder vaak, op lagere temperatuur en met een volle trommel.
  • Gebruik een herbruikbare drinkfles en vermijd onnodige wegwerpflessen.

Besluit: de studie bewijst niet dat microplastics rechtstreeks onvruchtbaarheid veroorzaken, maar ze toont wel aan hoe diep plasticvervuiling ons lichaam kan binnendringen. Wie plasticgebruik stap voor stap vermindert, kiest niet alleen voor minder afval, maar ook voor een voorzorgsgerichte aanpak van gezondheid en leefomgeving.